Er zijn een paar beelden die we meteen als Japans herkennen: geisha’s, sumoworstelaars, maar ook die kenmerkende -meestal- rode poorten bij Japanse tempels. Ze heten torii-poorten. En omdat je dit blog leest, wil je waarschijnlijk weten wat ze betekenen.
De torii-poort hoort bij het shintoïsme, de inheemse spirituele traditie van Japan. Ze staan daarom meestal bij een shinto-heiligdom, maar ook op plekken waar geen altaar is. De beroemde stenen torii-poort van de Shitenno-ji tempel in Osaka, bijvoorbeeld, staat voor een boeddhistische tempel, geen shinto locatie.

Wat zijn beroemde torii-poorten in Japan?
- Fushimi Inari Shrine in Kyoto
- Heiwa no Torii in Lake Ashi in Hakone
- Itsukushima Shrine bij Hiroshima
- Meiji Jingu in Tokyo
- Sakurai Shrine bij Fukuoka
Hoe ziet een torii-poort eruit?
De structuur van een torii is simpel: twee verticale palen met daarboven één of twee horizontale balken. De meeste zijn van hout en rood, of beter gezegd vermiljoen, maar er zijn ook torii-poorten in de natuurlijke kleur van steen, metaal en zelfs beton.
Ze zijn klein of groot. Soms staat er eentje, soms zijn het er honderden, zoals in de Fushimi Inari Shrine in Kyoto. Dat heeft een betekenis: je wordt geleidelijk uit je ‘gewone’ omgeving gehaald en naar het centrum van de religieuze ruimte geleid.

Wat betekenen torii-poorten?
Een torii markeert de overgang van de gewone, menselijke wereld naar een heilige ruimte. Je betreedt een plek betreedt die religieus is. Een mooie omschrijving is de poorten te zien als een symbolische drempel. Er gebeurt niks, maar -let maar op als je eerdaags in Japan bent- je verandert je houding. Zodra je onder de torii doorloopt ben je je bewust van waar je bent. Je voelt en weet dat je nu geacht wordt je met respect te gedragen.
Religieuze achtergrond van de torii-poorten
Een shinto-heiligdom kan midden in een moderne stad liggen. Buiten de torii rijden auto’s, lopen mensen naar hun werk en bevinden zich winkels en woningen. Vaak volgt een pad met bomen, stenen lantaarns en andere religieuze elementen. Het wordt rustiger, de sfeer spiritueler en de bezoeker wordt door de torii gestimuleerd zich daar bewust van te zijn.

Een mooi voorbeeld hiervan is het Shinto altaar Meiji Jingu in Tokyo. Op onze bestemmingspagina Tokyo staat: “De entree naar dit bescheiden, maar indrukwekkende tempelcomplex straalt gezag en devotie uit. Het is een brede 900 meter lange laan van kiezelstenen die dwars door het enorme 70 hectare grote bos loopt dat de tempel omringt. Vergeet niet dat Meiji Jingu midden in Tokyo ligt, maar toch lijkt de stad hier ver weg.”
Binnen de door de torii-poorten gemarkeerde ruimte, niet alleen het altaar, maar soms ook de bossen eromheen, wordt er in het shintoïsme ervan uitgegaan dat er een ‘kami’ aanwezig is. Kami is een spirituele of goddelijke entiteit, verbonden met natuurverschijnselen en natuurlijke plaatsen, maar ook met voorouders of historische personen.

De kami manifesteert zich in de ‘shintai’ (letterlijk: het lichaam). Dit is een object of een plaats in de natuur waar een kami wordt vereerd of waarin diens aanwezigheid wordt gesymboliseerd. Dat kan bijvoorbeeld een rots, boom of berg zijn, die wel als heilig wordt beschouwd, maar geen altaar is.
Op iets meer dan een uur rijden van Fukuoka ligt de Sakurai Futamigaura. Aan de oevers van de Genkai-zee staat een witte torii-poort met daarachter de ‘echtpaar-rotsen’ (Meotoiwa). Met wat voorstellingsvermogen zien bezoekers in de rotsen een man en een vrouw naast elkaar staan.

De toppen van de rotsen zijn verbonden met een shimenawa-touw (een heilig touw uit de Japanse shinto-traditie). Los van de religieuze en romantische betekenis is het licht hier prachtig. Vooral het zogenaamde ‘blauwe uur’ rond zonsopkomst en zonsondergang maakt indruk.
Wil je nog meer weten over Japan? Kijk dan naar onze blogs Wandelen in Japan: de 88 tempels van Shikoku en 10 Tips voor Japan, of bezoek onze pagina met Rondreizen Japan.










































