Bhutan, dat ongeveer net zoveel inwoners heeft als Amsterdam, ligt in het Himalaya gebergte ingeklemd tussen Tibet (China) en India. Je ziet in Druk Yul, ‘het land van de draak’, besneeuwde bergtoppen, eeuwenoude klooster en tempels, en uitgestrekte bossen en valleien waar het goed wandelen is. De serene Bhutanezen zijn niet alleen trots op hun land, maar ook zuinig. Om te voorkomen dat er een eindeloze stroom toeristen op gang komt beperken ze de toegang. Ze ontvangen liever geïnteresseerde bezoekers dan avonturiers met weinig belangstelling voor hun land.
Bhutan is een klein land in de oostelijke Himalaya en was lange tijd weinig toegankelijk voor buitenlandse bezoekers. Pas vanaf de jaren zeventig werd toerisme stap voor stap toegestaan. En ook nu nog controleert men zorgvuldig het aantal bezoekers. In Bhutan zijn ze zuinig op hun land, op hun bewoners en natuur.
Vandaar dat economische groei niet het hoogste doel is. Ook betere gezondheidszorg, onderwijs en behoud van de cultuur zijn leidend. Ze noemen het Bruto Nationaal Geluk.
Je hoeft niet lang in Bhutan te zijn om te ontdekken dat het boeddhisme een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. Overal zie je kloosters en tempels, en er zijn ook behoorlijk wat religieuze festivals.

Er zijn niet ontzettend veel mensen die als je naar de hoofdstad van Bhutan vraagt meteen Thimphu roepen. Thimphu is dus de hoofdstad, het is ongeveer net zo groot als Deventer. Dat Thimphu niet zo groot is betekent niet dat er niks is te zien. Integendeel, de stad heeft belangrijke en fraaie forten, tempels en kloosters die je niet wilt missen.
Dit kleine koninkrijk, dat met Nepal de grootste concentratie bergen ter wereld en het levende erfgoed van het boeddhisme deelt, is een juweeltje dat wacht om ontdekt te worden. Alleen al het vooruitzicht de urenlange wandeling naar de Taktsang Monastery te maken, brengt bij vele de reisgevoelens in beweging. Het klooster staat 900 meter boven de valleibodem op een klif. De tempel lijkt maar net op het randje van de rotsen te balanceren.
De natuur beslaat een groot deel van Bhutan. Bossen bedekken meer dan de helft van het land en zijn -uiteraard- het leefgebied voor veel planten en dieren. Ook hier maakt de overheid veel werk van het behoud.

In de grondwet is vastgelegd dat Bhutan minimaal 60% bos moet hebben (en dat halen ze gemakkelijk). Niet toevallig is Bhutan een van de weinige landen die meer koolstof opnemen dan uitstoten. Een van de andere landen is Suriname, maar dat terzijde.
Het noorden wordt gedomineerd door de Himalaya. Hier liggen bergtoppen van meer dan 7.000 meter hoog en die zijn deels alleen te voet te bereiken. Vanuit de Himalaya stromen rivieren verder het land in.

In het centrale deel van Bhutan liggen de valleien en landbouwgronden, en dus zijn hier ook de meeste nederzettingen. De belangrijkste steden hier heten Thimphu, Paro en Punakha. Naarmate je zuidelijker komt, in de richting van India dus, zie je meer laagland, savanne, rijstvelden, bamboe en bossen.
In Bhutan hadden veel historische gebouwen tegelijkertijd verschillende functies. Ze dienden vaak zowel als verdedigingswerk, maar ook als klooster en administratief centrum. Deze meestal imposante constructies worden ‘dzong’ genoemd. Je ziet ze in het hele land, maar vooral in Thimphu, de hoofdstad.
De belangrijkste ‘dzong (of dzongkha)’ in Thimphu en in Bhutan is het fort Tashichho Dzong (Fort van de Glorieuze Religie) aan de oevers van de Wang Chhu rivier. In deze burcht vergaderde in vroegere jaren ook de volksvertegenwoordigers en zijn nog altijd een troonzaal en koninklijke vertrekken gevestigd.

De kleine stad Paro ligt in een vallei vol getrapte rijstvelden en boerderijtjes. Eromheen zie je bergen met naaldbossen. Her en der liggen tempeltjes, soms in de vallei, en soms, zoals in het geval van de fotogenieke Taktsang Lhakhang, balanceren de tempelgebouwtjes op de uiterste randen van de rotsen.
Het moet een vreemd beeld zijn geweest voor de Bhutanezen die halverwege de 17e eeuw op een oever tussen de rivieren Pho Chhu en Mo Chhu een gigantisch gebouw zagen verrijzen. Zoiets hadden ze in de Punakha vallei nog niet eerder gezien.
De Punakha Dzong, want daar gaat het over, is tot op de dag van vandaag een van de grootste gefortificeerde paleizen en tempelcomplexen van Bhutan. De dzong maakte het slaperige Punakha tot een stad van betekenis.
De Bhutanese keuken heeft sterke eigen kenmerken. Rode rijst bijvoorbeeld. Deze nootachtige rijstsoort is de enige die op grote hoogte groeit en daardoor de basis van elke maaltijd in Bhutan. Voor zover er buitenlandse invloeden zijn, komen die uit China, Nepal en India. Je kunt in Bhutan ook Chinees, Japans of Koreaans eten. Wat moet je zeker proeven?

Ema datshi is waarschijnlijk het meest populaire gerecht in Bhutan. Het bestaat uit met lokale (datshi) kaas en boter gekookte rode of groene pepers. Afhankelijk van de kok is de schotel wateriger of juist stroperig van dikke kaas.
Kewa datshi. Heb je geen zin in een flinke hap pepers dan is kewa datshi een perfect alternatief. Deze wordt gemaakt met aardappels in plaats van groene of rode pepers. Het kan zijn dat er wat tomaat of een pepertje wordt toegevoegd (dus toch…)
Het winterse gerecht jasha maru is een stoofpotje van spicy kip. Er gaat ook ui, een pepertje, gember en knoflook in. Heerlijk met rode rijst.
Momos worden niet alleen in Bhutan, maar ook in Nepal en Tibet gegeten. Het zijn gevulde meelballetjes. Meestal met varkensvlees, jak, kip of alleen met groente. Geen pepertje dit keer, denk je misschien. Nee, vaak ook wel met een pepertje.

Bhutan trekt nieuwsgierige reizigers, mensen die hun horizon (bijna letterlijk) willen verbreden, willen zien wat er in de wereld te koop is en open staan om onder de indruk te raken van een cultuur die ze niet (goed) kennen en van één van de meest spectaculaire natuurgebieden ter wereld: de Himalaya.
Nu komt het mooie: dat lukt. Ze nemen de eenvoudige omstandigheden waarin ze verblijven voor lief en accepteren dat Bhutan niet de meest swingende keuken van Azië heeft, maar dat wordt allemaal ruimschoots gecompenseerd door de mensen, de tradities, de kloosters en de bergen. Door de unieke ervaring, kort gezegd.

Bhutan heeft dezelfde seizoenen als wij, maar niet hetzelfde weer.
De lente is een goede tijd om Bhutan te bezoeken. Het is nergens te warm en de regen laat nog op zich wachten. Je hebt dus vaak helder weer (en dat kun je in Bhutan niet van alle seizoenen zeggen). In plaatsen als Thimphu, Paro, Mongar en Bumthang is de hemel blauw en zijn de nachten prettig koel. De lente is geschikt voor lange wandelingen.
In de zomer moet je een beetje geluk hebben met de regen. Op goede dagen valt er weinig neerslag of pas aan het einde van de dag. Maar je krijgt garantie tot aan de voordeur, je weet het nooit zeker. De regen is hoe dan ook goed voor de rijstboeren in het zuiden van het land. Daar regent het trouwens vaker en meer dan in de centrale regio met plaatsen als Thimphu, Paro en Punakha.

De regen wordt minder in de herfst. De heldere dagen van de lente keren terug, al blijft het na de zomer wel wat warmer. Net als de lente is dit een goede tijd om een trekking te lopen, dingen te doen en te zien.
Iedereen begrijpt dat het in de hoge bergen van de Himalaya koud kan worden en dat er sneeuw valt. Maar in de lage regio’s is het goed toeven in de winter. De temperaturen liggen wat lager dan in de rest van het jaar, maar het weer is helder en droog.
Bij veel mensen staat een reis naar Bhutan hoog op het verlanglijstje. Waarom zou je wachten? Doe het nu! Het aantal reizigers is nog overzichtelijk, je kunt er nog rustig rondkijken en genieten. Hoe die reis eruitziet en wat je moet regelen hoef je echt niet allemaal alleen uit te zoeken. Onze experts helpen je graag met het maken van een reisplan.
Hoe werkt dat? Heel eenvoudig. Je vraagt vrijblijvend een reisadvies aan. En dan werken we samen met jou een reis uit. Je beslist pas of je die vakantie wilt maken als je helemaal tevreden bent. Neem gerust even contact met ons op. We helpen je graag verder!